teerweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

teerweg
Uitspraak
Woordafbreking
  • teer·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teerweg teerwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

teerweg m [1]

  1. teermacadamweg, weg met asfalt en steenslag
     In haar vonnis zei de voorzieningenrechter in Zutphen donderdag dat de door Heule opgeworpen belemmeringen langs de teerweg op plaatsen waar geen begroeiing of een natuurlijke verhoging aanwezig is om parkeren tegen te gaan, geen inbreuk maken op het aan de Verschoorschool toekomende recht van erfdienstbaarheid.[2]

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Strijd over wegdeel Nunspeet onbeslecht” (23-11-2007), Reformatorisch Dagblad