teerling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • teer·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teerling teerlingen
verkleinwoord teerlinkje teerlinkjes

Zelfstandig naamwoord

teerling m

  1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen "één" tot en met "zes"
Synoniemen
Citaten
De teerling is geworpen
(naar de uitspraak alea iacta est van Julius Caesar) = Het besluit is genomen, er is geen weg terug.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
teerlingen

teerling

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teerlingen
    • Ik teerling. 
  2. gebiedende wijs van teerlingen
    • Teerling! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teerlingen
    • Teerling je? 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl