technomuziek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tech·no·mu·ziek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord technomuziek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

technomuziek v

  1. (muziek) een elektronische muziekstijl die het levenslicht zag in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar zich met name in de jaren 80 in ontwikkelde in onder andere Detroit en Frankfurt
     Club Trouw, waar hij zijn laatste nacht had doorgebracht, vormde die niet, met al z'n technomuziek, zijn laatste speelgoed? De consequentie van een hele reeks speeltjes? Er hoorde een fiets bij, om in hogere sferen op naar huis te rijden.[1]
     Pas na het spelen van beide volksliederen maakt de technomuziek op de achtergrond plaats voor de stem van de sportcommentator. Al gauw uiten bezoekers hun ongenoegen over de partijdige commentator, die elke keer in de wij-vorm spreekt als hij het over Duitsland heeft.[2]
Synoniemen


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. A.F.Th. van der Heijden op Wikipedia “Tonio : een requiemroman” (2011), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023467014
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 maart 2022 Weblink bron Jolien Plante “WK kijken zonder "nationale shit"” (27-06-2014), NOS