taxiën

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taxi·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
taxiën
taxiede
getaxied
zwak -d volledig

Werkwoord

taxiën

  1. (inergatief) over de grond op wielen voortbewegen van vliegtuigen
    Het vliegtuig taxiede naar de startbaan.
Vertalingen