tatoeage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·toe·a·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tatoeage tatoeages
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tatoeage v

  1. het tatoeëren
  2. een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht
    • Een Keltische tatoeage siert zijn bovenarm. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen