tateraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·te·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tateraar tateraars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tateraar m

  1. iemand die tatert, onbenullige dingen vertellen
Synoniemen

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.