tastbaarheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tast·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tastbaarheid tastbaarheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tastbaarheid v [1]

  1. iets wat men met de handen kan vastpakken; iets materieels
  2. iets dat heel duidelijk aanwezig is
     Hier treurt ze met ontstellende tastbaarheid over het verleden, en dat iedere nacht haar vroegere verstokte gewoonten ontbranden.[2]
     ,,We zijn al een paar jaar bezig om duurzamer te worden”, zegt Van Loon. ,,Maar dat zijn allemaal programma's voor de langere termijn. We willen ook dat het nu al tastbaar wordt voor onze klanten, zodat ook de mensen die nog niet overstappen naar elektrisch rijden iets kunnen doen.”[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Boris Pasternak (vert. Margriet Berg en Marja Wiebes) “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028261396
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 april 2022 Weblink bron Sander van Mersbergen “Klimaatneutraal rijden voor één cent extra: redden we daar de wereld mee?” (08-04-2019), Tubantia