tapioca

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Manihot esculenta
Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·pi·o·ca
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans of Portugees, in de betekenis van ‘meel uit cassaveknol’ voor het eerst aangetroffen in 1843 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tapioca -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tapioca m

  1. (plantkunde) (voeding) Manihot esculenta op Wikispecies meel uit de wortelknollen van de cassave
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen