tantième

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tan·ti·è·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aandeel in winst’ voor het eerst aangetroffen in 1887 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tantième tantièmes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tantième o

  1. een deel van de winst dat aan de bestuurders van vennootschappen wordt gegeven maar losstaat van het al of niet bezitten van aandelen
    • Als voorzitter van de raad van bestuur van de Colruyt-groep kreeg Jef Colruyt in 2014 270.000 euro. Als gewone bestuurder kreeg hij ook nog eens 90.000 euro en als bestuurder die een van de referentieaandeelhouders vertegenwoordigt, kreeg hij daar een tantième van 991.840 euro bovenop. Samen maakt dat 1,35 miljoen euro. Jef Colruyt is daarnaast ook CEO bij de Colruyt-groep, waarvoor hij nog eens een salaris van 1,25 miljoen euro krijgt.[3] 
    • Tantièmes zijn, in tegenstelling tot winstdelingsregelingen, 'specifiek gericht op uitzonderlijke prestaties van individuele werknemers'. In het salaris en de waardering zit dus niet het probleem, maar Van der Spek valt wel op dat Charles al 24 jaar bij dezelfde werkgever zit. 'Het lijkt me een serieuze optie om te overwegen of je de schat aan ervaring die je hebt opgedaan eens bij een ander bedrijf of in een andere rol moet inzetten.'[4] 
    • Alleen ex-premier Balkenende (rechts) kijkt wat zuur. Overpeinst hij de AFM-boete van een halve ton voor zijn firma Ernst & Young wegens onvoldoende controle op de boekencontroles? Als die sanctie standhoudt gaat dat zeker een paar kwartjes schelen op zijn tantième.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen