tankstation

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. plaats waar men benzine of diesel kan tanken
Uitspraak
Woordafbreking
  • tank·sta·ti·on
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tankstation tankstations
verkleinwoord tankstationnetje tankstationnetjes

Zelfstandig naamwoord

tankstation o

  1. plaats waar men benzine of diesel kan tanken
    • Bij veel tankstations zijn de benzineprijzen behoorlijk omhoog gegaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie