talenknobbel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·len·knob·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord talenknobbel talenknobbels
verkleinwoord talenknobbeltje talenknobbeltjes

Zelfstandig naamwoord

talenknobbel m

  1. een speciaal talent voor het aanleren van vreemde talen
    • Hij heeft overduidelijk een talenknobbel, want hij spreekt vloeiend Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie