talencentrum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·len·cen·trum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord talencentrum talencentra
verkleinwoord talencentrumpje talencentrumpjes

Zelfstandig naamwoord

talencentrum o

  1. (onderwijs) instelling waar meerdere talen worden bestudeerd en gedoceerd.
    • Het talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen heeft een 'Massive open online course' gemaakt om in drie weken op basisniveau Nederlands te leren. 

Gangbaarheid