takt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • takt
enkelvoud meervoud
naamwoord takt -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

takt

  1. deel van een cyclus in een verbrandingsmotor
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
takken

takt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van takken
    • Jij takt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van takken
    • Hij takt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van takken
    • Takt! 

Gangbaarheid


Pools

Zelfstandig naamwoord

takt m

  1. (muziek) maat, metrum; maat in de muziek
  2. tact; gevoel voor hetgeen in een (delicate) situatie passend is
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

takt m

  1. (muziek) maat, metrum; maat in de muziek


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • takt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Duitse Takt

Zelfstandig naamwoord

takt monbezield

  1. (muziek) maat, metrum; maat in de muziek
  2. (muziek) ritme, tempo
  3. tact; gevoel voor hetgeen in een (delicate) situatie passend is
  4. (techniek) takt; deel van een cyclus in een verbrandingsmotor
Verbuiging
Synoniemen
  1. metrum o
  2. rytmus monbezield, tempo o, doba v
  3. ohleduplnost v, diskrétnost v
  4. doba v
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen