Naar inhoud springen

tafereel

Uit WikiWoordenboek
  • ta·fe·reel
  • Leenwoord uit het Middelfrans, geleend als tavlel (zie ook tableau).
  • In de betekenis van ‘schildering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1450 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tafereel taferelen
verkleinwoord tafereeltje tafereeltjes

hettafereelo

  1. een gebeurtenis of situatie waarnaar men kijkt
    • Hij zag het tafereel voor zijn ogen gebeuren. 
     ' Ze had besloten om deze keer geen diptiek te schilderen zoals Vrouwen in het graanveld, maar gewoon één tafereel af te beelden.[2]
     Zag Emil al de Joegoslavische oorlogen naderen? Ik zet een paar stappen terug en laat het tafereel op me inwerken.[3]
     Als aan de grond genageld stond ik dat tafereel gade te slaan, het zag er zé zwaar uit.[4]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]