tafelvormig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel·vor·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tafelvormig tafelvormiger tafelvormigst
verbogen tafelvormige tafelvormigere tafelvormigste
partitief tafelvormigs tafelvormigers -

Bijvoeglijk naamwoord

tafelvormig

  1. vorm van een tafel hebbend
    • Een tafelberg heeft een tafelvormig uiterlijk. De top van de berg is afgeplat als bij een tafel. 

Gangbaarheid