tafelpoot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel·poot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tafelpoot tafelpoten
verkleinwoord tafelpootje tafelpootjes

Zelfstandig naamwoord

tafelpoot m

  1. een verticaal deel van een tafel dat ter ondersteuning dient
    • Hij stootte zijn voet tegen de tafelpoot. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.