Naar inhoud springen

tafelkleed

Uit WikiWoordenboek
tafelkleed
  • ta·fel·kleed
enkelvoud meervoud
naamwoord tafelkleed tafelkleden
verkleinwoord tafelkleedje tafelkleedjes

hettafelkleedo

  1. (huishouden), (textiel) kleed dat als bescherming of versiering over een tafel ligt
    • Na het diner zat het tafelkleed vol vlekken. 
     Met zijn duim wrijft hij over het craquelé van zijn huid en ziet hoe die zonder enig verzet als een versleten tafelkleed omhoogrolt.[1]
     Hij zat op een houten kistje en op een vuilwit tafelkleed had hij een verzameling onderscheidingen en speldjes uitgestald.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be