tafelkleed
Uiterlijk

- Geluid: tafelkleed (hulp, bestand)
- IPA: /ˈtafəlˌklet/
- ta·fel·kleed
- samenstelling van tafel en kleed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tafelkleed | tafelkleden |
| verkleinwoord | tafelkleedje | tafelkleedjes |
het tafelkleed o
- (huishouden), (textiel) kleed dat als bescherming of versiering over een tafel ligt
- Na het diner zat het tafelkleed vol vlekken.
- ▸ Met zijn duim wrijft hij over het craquelé van zijn huid en ziet hoe die zonder enig verzet als een versleten tafelkleed omhoogrolt.[1]
- ▸ Hij zat op een houten kistje en op een vuilwit tafelkleed had hij een verzameling onderscheidingen en speldjes uitgestald.[2]
kleed dat als bescherming of versiering over een tafel ligt
- Het woord tafelkleed staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tafelkleed" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Huishouden in het Nederlands
- Textiel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %