tabernakel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·ber·na·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord tabernakel tabernakelen
tabernakels
verkleinwoord tabernakeltje tabernakeltjes

Zelfstandig naamwoord

tabernakel m en o

  1. een heilige bergplaats (meestal in de kerk)
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
tabernakelen

tabernakel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tabernakelen
    Ik tabernakel.
  2. gebiedende wijs van tabernakelen
    Tabernakel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tabernakelen
    Tabernakel je?