taats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Taats van een molenspil

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taats
enkelvoud meervoud
naamwoord taats taatsen
verkleinwoord taatsje taatsjes

Zelfstandig naamwoord

taats v/m

  1. (techniek) spijker met ronde kop
    • De taats van een priktol. 
  2. (techniek) de tap waar een vertikale as draaibaar op steunt
    • De balk met het grote tandwiel, heeft een metalen taats die in een taatspot draait. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.

Meer informatie