taartvorkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taart·vork·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord taartvorkje taartvorkjes

Zelfstandig naamwoord

taartvorkje o dim. tant.

  1. een stuk bestek in de vorm van een kleine vork dat bestemd is voor het eten van gebak
    • Een tompouce is met een taartvorkje maar lastig te eten.