taalwet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

de verdeling van België door de taalwet
Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·wet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalwet taalwetten
verkleinwoord taalwetje taalwetjes

Zelfstandig naamwoord

taalwet v/m [1]

  1. (juridisch) de wet die (in België) het taalgebruik door de autoriteiten regelt
    • Het staat echter nog lang niet vast dat het ook echt om een procedurefout gaat. De advocaten van de burgerlijke partij en de aanklager menen dat de aanstelling van een onderzoeksrechter een louter administratieve formaliteit is, die niet valt onder taalwet.[2] 
    • Een omstreden taalwet in Oekraïne heeft vandaag tot heftige rellen in de hoofdstad Kiev geleid. Honderden aanhangers van de oppositie raakten slaags met de politie op het Onafhankelijksheidsplein dat voor Euro 2012 in een gebied voor voetbalfans is omgedoopt.[3] 
    • ‘Wanneer er in de wet een nietigheid staat, is het de plicht van de advocaat om de rechter daar op te wijzen’, aldus Lamon. ‘Als de minister het niet mee eens is met de sancties die voorzien zijn in de taalwet in gerechtszaken, moet hij niet de advocatuur met de vinger wijzen. Hij moet dan maar aan het parlement vragen om de wet te wijzigen, zodat dan in de toekomst andere sancties gelden.’[4] 
  2. een wetmatigheid in de taal; grammaticaregel
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen