taalles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalles taallessen
verkleinwoord taallesje taallesjes

Zelfstandig naamwoord

taalles v/m

  1. (onderwijs) een les met als doel, het aanleren van een taal
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.