taalcompetentie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·com·pe·ten·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalcompetentie taalcompetenties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

taalcompetentie v

  1. (taalkunde) het vermogen om een taal voort te brengen en te begrijpen

Gangbaarheid