tårn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tårn
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord turn, dat uit het Nederduits komt, dat weer van hat Latijnse woord turris komt met Griekse bron: tyrris
Naar frequentie 7477
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tårn     tårnet     tårn     tårna
tårnene  
genitief   tårns     tårnets     tårns     tårnas
tårnenes  

Zelfstandig naamwoord

tårn, o

  1. (bouwkunde) toren
    «Turen til Fugleleiken er en fin famlietur i lett skogsterreng opp til et flott utsiktstårn.»
    De tocht naar Fugleleiken is een mooie tocht voor het hele gezin in licht bosgebied en naar boven op een grote toren.
  2. (schaak) toren (een schaakstuk)
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

tårn, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van tårn


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • tårn
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord turn, dat uit het Nederduits komt, dat weer van hat Latijnse woord turris komt met Griekse bron: tyrris
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tårn     tårnet     tårn     tårna  

Zelfstandig naamwoord

tårn, o

  1. (bouwkunde) toren
  2. (schaak) toren (een schaakstuk)
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

tårn, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van tårn