systematicus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sys·te·ma·ti·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord systematicus systematici
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

systematicus m

  1. een persoon die systematisch te werk gaat
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.