synchroniciteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • syn·chro·ni·ci·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord synchroniciteit synchroniciteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

synchroniciteit v [1]

  1. het samenvallen in de tijd van twee of meer niet causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen maar in een voor de betrokkene zinvol verband waardoor gauw de conclusie van oorzakelijkheid wordt getrokken
Vertalingen


Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen