symptomatisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • symp·to·ma·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen symptomatisch symptomatischer
verbogen symptomatische symptomatischere
partitief symptomatisch symptomatischers -

Bijvoeglijk naamwoord

symptomatisch

  1. (medisch) met betrekking tot ziekteverschijnselen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen