sycofant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sy·co·fant
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sycofant sycofanten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sycofant m [2]

  1. vleier, kruiper, pluimstrijker
     Ik ga er vanuit dat hij zelf het belang van aftreden niet inziet. Pechtold heeft de afgelopen tien jaar een snoeiharde angstcultuur geschapen en zich omringd met jaknikkers, paladijnen, retenlikkers en sycofanten.[3]
     Iemand anders reageerde nog gevatter: “Geef je er zoveel om? Verbreek dan de banden met de bedrijven. Dat is pas een statement dat je maakt, tot dan ben je maar een hypocriete sycofant”.[4]
  2. iemand die een ander aanklaagt om er zelf beter van te worden
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. sycofant op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Arthur van Amerongen op Wikipedia “Feest! Nationale Pechtold-uitzwaaidag!” (05/10/2018), HP de Tijd
  4. Bronlink Weblink bron “Lewis Hamilton krijgt kritiek na opruimactie van plastics in zee” (09/08/2018), De Standaard
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be