swastika

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • swas·ti·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Sanskriet, in de betekenis van ‘hakenkruis’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord swastika swastika's
verkleinwoord swastikaatje swastikaatjes

Zelfstandig naamwoord

swastika v / m [3]

  1. hakenkruis
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen