svǽla

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oudnoords

Woordafbreking
  • svǽ·la
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
svǽla
svǽlar
svǽlaði
svǽlat
Klasse 1 zwak volledig

Werkwoord

svǽla

  1. (rook afgeven): roken, walmen
  2. uitroken (een vos)
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

svǽla v

  1. walm
  2. bedrog, gesjoemel
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   svǽla         -        
genitief   svǽlu         -        
datief   svǽlu         -        
accusatief   svǽlu         -