sushi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Sushi
Uitspraak
Woordafbreking
  • su·shi
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘rijstballetje met rauwevisreepjes in zeewier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sushi sushi's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sushi m

  1. (voeding) gerecht uit Japan bestaande uit rijst met vaak rauwe vis, zeevruchten, ei, etc.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen