surf
Uiterlijk
- surf
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
- Leenwoord uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | surf | |
| verkleinwoord |
de surf m
- (muziek) muzikaal genre dat omstreeks 1961 is opgekomen in Zuid-Californië
| vervoeging van |
|---|
| surfen |
surf
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van surfen
- Ik surf.
- gebiedende wijs van surfen
- Surf!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van surfen
- Surf je?
- Het woord surf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "surf" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| surf | surfs |
surf
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to surf |
| he/she/it | surfs |
| verleden tijd | surfed |
| voltooid deelwoord |
surfed |
| onvoltooid deelwoord |
surfing |
| gebiedende wijs | surf |
surf
- onovergankelijk, (sport) surfen ww [1]
- onovergankelijk, overgankelijk (informatica) surfen ww [2]
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Aardrijkskunde in het Engels
- Sport in het Engels
- Muziek in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Informatica in het Engels