Naar inhoud springen

surcharge

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  surcharge     la surcharge     surcharges     les surcharges  

surcharge v

  1. overbelasting
  2. overschildering
  3. bijbetaling; toeslag; extra kost
vervoeging van
surcharger

surcharge

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van surcharger
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van surcharger
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van surcharger