supprimeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·pri·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans

Werkwoord

supprimeren

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
supprimeren
supprimeerde
gesupprimeerd
zwak -d volledig
  1. onderdrukken
    • Terwijl niemand twijfelt aan het nut van een strikt anti-kartelbeleid op economisch gebied, blijkt dat bij een goede informatietoegankelijkheid minder voor de hand te liggen, terwijl juist daar gevaren liggen door intimidatie van onderzoekers of door suppressie van afwijkende meningen. In ieder van ons schuilt een lobbyist, geneigd om onwelkome informatie te supprimeren. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Piet Borst 31 januari 1998 Intimidatie van onderzoekers