supprimer
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| supprimer |
supprimais |
supprimé |
| eerste groep | volledig | |
supprimer
- overgankelijk annuleren; afgelasten
- overgankelijk weghalen; verwijderen
- overgankelijk afschaffen
- overgankelijk censureren; publicatie verbieden
- overgankelijk doden; uit de weg ruimen; elimineren [2]