sunshine
Uiterlijk
- Geluid: sunshine (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈsʌnʃaɪn/
- erfwoord van Angelsaksisch sunsċīn en Middelengels sunnesine
- samenstelling van sun zn en shine ww
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| sunshine | sunshines |
sunshine
- zonneschijn
- (figuurlijk) opgewektheid, vrolijkheid
- (spreektaal) (vooral in Ierland) een informele manier om vooral jonge personen aan te spreken
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| sunshine |
sunshine
- (vooral VS), (juridisch) m.b.t. de openbare toegankelijkheid, het publiekelijk vrijgeven
- «A sunshine law»
- Een wet op de openbaarheid
- «A sunshine law»
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 8
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Erfwoord in het Engels
- Samenstelling in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Figuurlijk in het Engels
- Spreektaal in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Juridisch in het Engels