subtopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sub·top·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord subtopper subtoppers
verkleinwoord subtoppertje subtoppertjes

Zelfstandig naamwoord

subtopper m

  1. (sport) club of speler die tot de subtop behoort

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be