stylet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stylet

Werkwoord

vervoeging van
stylen

stylet

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stylen
    • Jij stylet. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stylen
    • Hij stylet. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van stylen
    • Stylet! 

Gangbaarheid