stuurde
Uiterlijk
- stuur·de
| vervoeging van |
|---|
| sturen |
stuurde
- enkelvoud verleden tijd van sturen
- Ik stuurde.
- Jij stuurde.
- Hij, zij, het stuurde.
- Ik stuurde.
- ▸ Al dat eten stuurde ik vervolgens in zeven verschillende postdozen naar mezelf vooruit, omdat de trail alleen maar door de wildernis trok en de voedselprijzen erg hoog waren in de gehuchten waar ik af en toe langs zou komen.[1]
- ▸ Ik stuurde een voorzichtig bericht terug.[2]
- ▸ Als hij een fout had gemaakt, stuurde hij een boeket van 250 euro, want 'niemand kan boos blijven na een bos bloemen van 250 euro,' zo zei hij altijd.[2]
- Het woord stuurde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471