stuken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

stuken met decoratie
stuken zonder decoratie
Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van stuc met het achtervoegsel -en

Werkwoord

stuken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stuken
stuukte
gestuukt
zwak -t volledig
  1. een muur of plafond met pleister afwerken en gladmaken / het aanbrengen van stuckwerk
    • Arno: 'Dat is eigenlijk vooral om praktische redenen. Ik heb veel gebouwd en heb een hekel gekregen aan het stuken, het stof en de smerigheid die bij veel andere materialen komen kijken. Hout ruikt lekker en je hoeft niet na te denken over de kleur. Wel hebben we de buitenkant van het huis donker geverfd. Dat was achteraf niet zo handig, want dat moeten we wel weer een keer gaan bijwerken.'[1] 
    • Ditmaal bespraken mijn collega en ik het stuken van de keuken. „Hoe laat je dat doen?”, vroeg ik nadat we het over de keus van de stukadoor hadden gehad. „Zwart?” „Nee, wit”,[2] 

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
24 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Volkskrant Elselotte Smink 23 september 2017
  2. NRC Rudolph Mengelberg 19 augustus 2013