stuffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuf·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stuffen
stufte
gestuft
zwak -t volledig

Werkwoord

stuffen

  1. inergatief met een vlakgom bewerken
    • Er werd driftig gestuft toen duidelijk werd dat deze schrijfwijze niet juist was. 

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be