studiegroep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·die·groep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord studiegroep studiegroepen
verkleinwoord studiegroepje studiegroepjes

Zelfstandig naamwoord

studiegroep v/m

  1. een groep deskundigen die een onderzoek doet over een bepaald onderwerp of beleidsterrein
    • De opdracht die de studiegroep had gekregen van het kabinet was vaag en uitgebreid, maar iedereen wist de ware reden waarom ze was ingesteld n.l. tijdrekken, zodat de moeilijke beslissing kon worden uitgesteld. 
    • Geen nieuwe bezuinigingen nodig, maar ook geen ruimte voor nieuwe investeringen. Dat was, vrijdag, de conclusie van de Studiegroep Begrotingsruimte die de financiële mogelijkheden voor het volgende kabinet in kaart bracht. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Philip de Witt Wijnen 6 juli 2016