stroopachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stroop·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stroopachtig stroopachtiger stroopachtigst
verbogen stroopachtige stroopachtigere stroopachtigste
partitief stroopachtigs stroopachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

stroopachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van stroop
    • Nadat we de motor hadden opgemaakt kwam er een stroopachtige vloeistof uit lekken die vroeger waarschijnlijk motorolie was geweest. 
Synoniemen

Gangbaarheid