stroomstorinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stroom·sto·rin·kje

Zelfstandig naamwoord

stroomstorinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stroomstoring