stronk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stronk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stronk stronken
verkleinwoord stronkje stronkjes

Zelfstandig naamwoord

stronk m

  1. boomstronk (stobbe), onderste stamdeel van een boom.
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl