stroman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stro·man
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘iem. die voor een ander handelt’ voor het eerst aangetroffen in 1908 [1]
  • samenstelling van  stro  en  man  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stroman stromannen
verkleinwoord stromannetje stromannetjes

Zelfstandig naamwoord

stroman m

  1. (politiek) persoon die niet voor zichzelf, maar als werktuig voor een ander handelt, bv. iemand die bij transacties zijn naam leent (katvanger) of in de politiek een 'leider' die slechts de jure aan de macht is (marionet), terwijl de werkelijke macht berust bij iemand anders
  2. van stro gemaakte pop, vogelverschrikker

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen