strohalm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stro·halm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strohalm strohalmen
verkleinwoord strohalmpje strohalmpjes

Zelfstandig naamwoord

strohalm m

  1. gedorste korenhalm
  2. (figuurlijk) iets van weinig waarde of van weinig betekenis
    • ik klamp me niet graag vast aan die strohalm 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen