strofe
Uiterlijk
- stro·fe
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘couplet’ voor het eerst aangetroffen in 1857 [1]
- van het Grieks strophè (het draaien, wending) [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | strofe | strofen strofes |
| verkleinwoord | - | - |
- (letterkunde) geheel van versregels dat een gedicht of onderdeel daarvan vormt
- Het woord strofe staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "strofe" herkend door:
| 80 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "strofe" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ strofe op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Michel Dijkstra“Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312657 - ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be