strijkorkest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1+2] strijkorkest
Uitspraak
Woordafbreking
  • strijk·or·kest
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strijkorkest strijkorkesten
verkleinwoord strijkorkestje strijkorkestjes

Zelfstandig naamwoord

strijkorkest o [2]

  1. groep muzikanten die ieder een strijkinstrument bespelen
    • Een van de stukken die ze speelden was het Concert voor altviool en strijkorkest van de Amsterdamse componist Leo Smit. Smit was geboren in een Sefardisch joodse familie en cum laude afgestudeerd aan het Amsterdams Conservatorium. [3] 
    • In de hoek bij de slaapgebouwen stond een podium opgesteld waarop een strijkorkest een moedige poging deed Vivaldi's Vier Jaargetijden te spelen. [4] 
    • Koorzangers en strijkorkesten maken geen gebruik van toetsen en kunnen daardoor élke toonhoogte produceren, en wel loepzuivere noten voortbrengen. Dit geeft een heel speciaal effect, zegt Klapwijk. Muziek kan dan hemels klinken.[5] 
  2. groep strijkinstrumenten die samen een muziekstuk ten gehore brengen
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. strijkorkest op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Boumans, Toni Een schitterend vergeten leven [2015] ISBN 978-94-6003815-0 pagina 93
  4. Berg, Michael Een echte vrouw [2010] ISBN 978-90-443-2721-2 pagina 354
  5. de Standaard 06 JUNI 2016 Tomas van Dijk