strijkbout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een moderne strijkbout.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strijk·bout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strijkbout strijkbouten
verkleinwoord strijkboutje strijkboutjes

Zelfstandig naamwoord

strijkbout m

  1. (gereedschap) zwaar voorwerp met een glad vlak dat gebruikt wordt om gewassen textiel na het drogen door middel van warmte en eventueel stoom glad te strijken
     Aan strijken deed mijn oma overigens ook niet. De strijkbout haal je pas tevoorschijn, zei ze, als je het tafelkleed op tafel legt of die kreukgrage jurk uit de kast trekt.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2021 Weblink bron Dana Linssen “Schoonmaken = opruimen + luchten” (31 maart 2012) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be